Zwanger? Dan minder werken

Het is onmiskenbaar in het belang van het ongeboren kind als de moeder maximaal drie dagen per week werkt. Tot die, voor hemzelf verbazende, conclusie kwam de Amsterdamse hoogleraar Gouke Bonsel met een collega. Bonsel pleit voor wetgeving.

Onbekommerd en onbezorgd zwanger zijn, dat is eigenlijk onmogelijk geworden. Gouke Bonsel geeft het toe. Gevraagd naar hoe een vrouw ’zo goed mogelijk’ zwanger kan worden en zijn, heeft de hoogleraar sociale geneeskunde een heel lijstje: maak een bewuste keus, wacht niet te lang, pas heel bijtijds voedingsgewoonten aan (geen alcohol, wel foliumzuur), wees zorgvuldig met medicijnen, stop met roken en vermijd stress.

De aan het AMC verbonden wetenschapper voegt daaraan toe: „Er zijn mensen die roepen ’Maak je niet zo druk, dat deden ze 50 jaar geleden ook niet’. Of ze wijzen naar Afrika, waar vrouwen bij wijze van spreken tussen de bedrijven door een kind krijgen. Maar ze vergeten de prijs. Alleen al een blik op sterftecijfers zegt genoeg.”

Bonsel is, samen met epidemioloog Marcel van de Wal van de hoofdstedelijke GGD, initiatiefnemer van het onderzoek ABCD, ’Amsterdam Born Children and their Development’, een langlopende studie naar de relatie tussen de leefgewoonten en omstandigheden van vrouwen tijdens de zwangerschap en de latere gezondheid van hun kinderen. Speciale aandacht is er voor de invloed van etnische achtergrond.

Bonsel: „Het is al langer duidelijk dat allochtone inwoners van Amsterdam onaanvaardbaar slechtere zwangerschapsuitkomsten hebben. Kinderen worden bijvoorbeeld vaker dood geboren of sterven in de eerste week, maar ook daarna zijn ze in het nadeel. De redenen zijn nog maar gedeeeltelijk onderzocht en niet goed bekend. Wij in Amsterdam willen wel, maar weten niet goed wat we eraan moeten doen.”

De ABCD-studie laat aan duidelijkheid niets te wensen over: de mate waarin vrouwen het Nederlands beheersen bepaalt in hoge mate of ze gebruikmaken van prenatale zorg. Taalachterstand en zorgachterstand gaan vrijwel altijd samen. Wie het Nederlands beheerst gaat eerder naar de verloskundige, vraagt meer en pikt ook elders veel meer informatie op. Taalbeheersing als medicijn dus, al wijst Bonsel erop dat dit voor zwangere allochtone vrouwen nu en in de nabije toekomst geen oplossing is. Deze vrouwen moeten worden benaderd in hun eigen taal, anders lopen hun baby’s al meteen een (gezondheids)achterstand op.

Tegelijkertijd ontdekte de hoogleraar dat sommige etnische verschillen niet noodzakelijkerwijs een nadeel zijn. Zo wordt geboortegewicht vaak gebruikt als indicatie voor (latere) problemen. Turkse en Marokkaanse baby’s zijn gemiddeld aanzienlijk lichter dan autochtone kinderen. „Maar Marokkaanse moeders zijn vaak ook kleiner dan Nederlandse vrouwen. Als je voor dat soort factoren corrigeert, ontdek je dat het gewicht op zich geen reden is voor paniek.”

De kinderen van Surinaamse en Antilliaanse vrouwen echter blijven, ook na aanpassing van de cijfers, nog steeds veel te licht. „Daar zijn allerlei biologische factoren in het spel die maken dat die baby’s het vaak slechter doen. Er is nader onderzoek nodig.”

Ze staan vaak lijnrecht tegenover elkaar, degenen die de fysieke en psychische toestand van een mens verklaren uit biologische, erfelijke factoren en degenen die de nadruk leggen op sociaal-culturele en economische factoren. Het is een oneigenlijke tegenstelling, vindt Bonsel. Het is geen ’of’ maar ’en’. „Steeds duidelijker wordt dat vele factoren invloed hebben, die ook nog eens op verschillende manier op elkaar inwerken.”

Twee aspecten zijn er tijdens het ABCD-onderzoek echter wel duidelijk uitgesprongen, los van de etnische afkomst van zwangere vrouwen. Bonsel: „Van roken weten we natuurlijk allang dat het slecht is, en het bleek ook nu weer. Iedere nuancering is hier onterecht. Je hoeft niet moraliserend te doen, maar het is een feit: door te roken verpest je een stukje toekomst van je kind.”

Veel onverwachter, zegt Bonsel, was de uitkomst van het onderzoek naar de invloed van stress op het werk – in welke vorm dan ook in combinatie met een (bijna) fulltime baan. Pre-eclampsie – beter bekend als zwangerschapsvergiftiging, een ernstige aandoening die de gezondheid van moeder en kind zwaar kan aantasten – komt bij deze groep zwangeren vaker voor. Ook zijn hun baby’s bij de geboorte gemiddeld 150 gram lichter. „Dat gemiddelde betekent dat er ook veel kinderen bij zitten die nog veel minder wegen, die dus duidelijk problemen hebben gehad in de baarmoeder.”

Natuurlijk, (veel) te lichte kinderen kunnen in de couveuse redelijk snel weer bijtrekken dankzij de ontwikkeling van de medische techniek, erkent Bonsel. De vraag is echter of dat op de lange duur wel zo goed voor ze is. „Sinds halverwege de jaren tachtig is steeds duidelijker geworden dat de foetus geen passief wezen is, maar al vanaf het eerste begin actief reageert op wat er in zijn omgeving gebeurt.” Krijgt hij te weinig voedsel – kennelijk dus het gevolg van een drukke en stressvolle baan – dan probeert hij daar zo efficiënt mogelijk mee om te gaan en bereidt hij zich als het ware voor op een continue situatie van voedselschaarste. „Er zijn aanwijzingen dat dat ook na de geboorte zo blijft. Zo’n kind kan dus snel te dik worden en loopt een verhoogde kans op bijvoorbeeld diabetes en hart- en vaatziekten.”

Minder werken, vanaf het begin van de zwangerschap, is dan ook zijn devies. Stoppen hoeft niet, denkt de wetenschapper. Uit het onderzoek is namelijk ook gebleken dat werken op zich bijdraagt aan een goede gezondheid. Maar volgens Bonsel kan er nu al wat worden gedaan met het gegeven dat allochtone vrouwen, als ze werken, ze relatief vaak in de hoog-risicogroep vallen.

„Er is een grens. Waar die precies ligt moet nog worden uitgevonden, maar je zou het zekere voor het onzekere moeten nemen. Zonder nader onderzoek zou ik nu stellen dat 24 uur, drie dagen, het maximum zou moeten zijn, misschien kan het wat meer.”

Dat moet wettelijk geregeld worden, want „als het op vrijwillige basis moet, gebeurt er natuurlijk niets”, aldus Bonsel, die toch al slecht te spreken is over de in zijn ogen zeer karige Nederlandse verlofregelingen rond zwangerschap en bevalling. Dat is een dure boodschap, erkent de hoogleraar. Maar, zegt hij, je kunt het ook anders zien: de biologie eist hier zijn rechten op. „Een zwangerschap is een enorme inspanning, dat wordt veel te makkelijk vergeten.”

© Trouw, de Verdieping, Nicole Lucas