Meer huilbaby’s door werkstress

Rotterdam. Zwangere vrouwen met veel (werk)stress of emotionele problemen krijgen vaker huilbaby’s. Pasgeborenen van moeders die het rustiger aan doen, huilen veel minder.

Dat blijkt uit het onderzoek Amsterdam Born Children and their Development (ABCD), uitgevoerd door de Amsterdamse GGD en het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Sinds eind 2003 volgen de wetenschappers 7.000 vrouwen en hun pasgeboren kinderen. Ze willen weten in hoeverre leefgewoonten tijdens de zwangerschap verband houden met babysterfte, vroeggeboorte, geboortegewicht en de gezondheid van het kind op latere leeftijd.

De eerste onderzoeksresultaten werden vrijdag op een symposium bekendgemaakt. De stress, constateren de onderzoekers, is van invloed op lichamelijke processen bij de zwangere vrouw, die weer gevolgen hebben op de ontwikkeling van het ongeboren kind. Tot nu toe is er weinig bekend over wat zuigelingen tot huilbaby’s maakt.

Koemelkallergie zou in 3 procent van de gevallen een oorzaak zijn. Vrouwen met een hoge werkdruk hebben ook meer kans op zwangerschapsvergiftiging, blijkt uit de studie. Hoe dat te verklaren is, weten de onderzoekers nog niet. Een andere opvallende uitkomst van het langlopende onderzoek is dat hoe slechter een zwangere vrouw de Nederlandse taal beheerst, hoe slechter de medische zorg is voor haar ongeboren kind. Vooral onder Surinamers en Ghanezen is de kindersterfte hoog tijdens of vlak na de zwangerschap.

Terwijl autochtone moeders gemiddeld 16 weken na hun laatste menstruatie opkomen voor een eerste zwangerschapscontrole bij de vroedvrouw, doen Ghanese moeders dat pas na 25 weken. Dat is te laat voor prenataal onderzoek naar aangeboren afwijkingen of aandoeningen.

Ook is het gebruik van foliumzuur bij vrouwen van allochtone afkomst laag. Van de niet-westerse vrouwen slikt slechts 20 tot 40 procent het middel, tegenover bijna 90 procent van de autochtone vrouwen.

© NRC Handelsblad, door een onzer redacteuren