Depressieve klachten zwangere hebben invloed op ongeboren kind

Kinderen van moeders die veel depressieve symptomen hebben tijdens de zwangerschap blijken bij de geboorte vaker een lager geboortegewicht en een slechtere algemene gezondheidstoestand te hebben dan kinderen van moeders met geen of weinig depressieve symptomen tijdens de zwangerschap. Dit blijkt uit een recent gepubliceerd onderzoek in het internationale wetenschappelijke tijdschrift Psychosomatic Medicine. De ABCD-onderzoekers pleiten ervoor om zwangere vrouwen vroeg in de zwangerschap te screenen op, en zo nodig te behandelen voor, depressieve symptomen.

Ruim 8000 zwangeren hebben op een lijst van 20 depressieve symptomen (bijvoorbeeld gevoelens van eenzaamheid of minderwaardigheid) gescoord hoe vaak ze deze symptomen hadden ervaren in de voorafgaande week. Dertig procent van de zwangere vrouwen gaf aan veel depressieve symptomen te hebben. Dit percentage was zelfs nog hoger bij zwangeren van Turkse, Marokkaanse en Afrikaanse afkomst. Vrouwen met veel depressieve symptomen bleken vaker een kind te krijgen dat te licht was voor de duur van de zwangerschap (SGA) en dat een lagere Apgar score (maat voor de algemene gezondheidstoestand van een pasgeborene) had, dan vrouwen die niet zo hoog scoorden op de lijst van depressieve symptomen. Hoewel kinderen van moeders met veel depressieve symptomen ook vaker te vroeg werden geboren (voor de 37ste zwangerschapsweek) of stierven rondom de geboorte, kan dit volgens de onderzoekers ook komen door andere gerelateerde risicofactoren, zoals het roken van sigaretten door de moeder tijdens de zwangerschap. De onderzoekers pleiten ervoor om zwangere vrouwen vroeg in de zwangerschap te screenen op, en zo nodig te behandelen voor, depressieve symptomen. Verder blijft het belangrijk om zwangere vrouwen hulp te bieden bij het stoppen met roken.

** Bovenstaand bericht is ook opgenomen in het nieuws op o.a. www.nu.nl, www.volkskrant.nl en www.telegraaf.nl **