Allochtone kinderen zien soms een tikkeltje bleker

Kinderen van allochtone vrouwen hebben op latere leeftijd meer kans op gezondheidsproblemen dan autochtone kinderen. Dit blijkt uit onderzoek onder 8.000 Amsterdamse moeders en hun baby’s.

Uit de ABCD-studie (Amsterdam Born Children and their Development), waarin duizenden kinderen en hun moeders langdurig worden gevolgd, blijkt dat allochtone kinderen meer gezondheidsrisico’s lopen. Zo gebruiken maar weinig allochtone vrouwen extra foliumzuur tijdens hun zwangerschap, waardoor de kans op te kleine baby’s of baby’s met een open ruggetje groter wordt.

Volgens professor Reinoud Gemke, kinderarts van het VU medisch centrum en ABCD-onderzoeker, komt dit vooral doordat deze vrouwen veel later in het zorgtraject komen. ‘Wanneer ze zwanger zijn, gaan ze niet gelijk naar de huisarts of een GGD. Bovendien zijn voorlichtingsmaterialen minder toegankelijk voor allochtone vrouwen.’

Daarnaast hebben vooral Turkse en Marokkaanse kinderen twee keer zoveel kans op overgewicht. ‘De moeders geven hun baby’s waarschijnlijk vroeg en vaak bijvoeding. Een snelle gewichtstoename van hun baby’s door veelal energierijke bijvoeding vergroot de kans op hart- en vaatziekten op later leeftijd.’

De preventie van overgewicht op basis- en voortgezet onderwijs moet volgens de onderzoekers daarom verschoven worden naar veel jongere leeftijd. Ook pleiten zij voor eerdere en betere voorlichting in de eigen taal voor allochtone vrouwen.

Een andere uitkomst van de studie is dat stress de kans vergroot op een huilbaby. Bij een vrouw met werkstress en huwelijksproblemen kan die kans zelfs zes keer groter zijn. Ook zijn baby’s van gestreste moeders vaker te licht, wat een verhoogde kans geeft op hartproblemen.

© De Pers, Kathelijne Schenkel